6. De Meden en de Perzen

De geschiedenis van de opkomst en ondergang van de Meden en de Perzen vormt een belangrijke achtergrond voor meer dan tweehonderd jaar bijbelse geschiedenis. Gelegen in het gebied ten zuiden van de Kaspische Zee en ten oosten van het Zagrosgebergte, strekte het oorspronkelijke domein zich uit over 600 mijl ten noorden en zuiden, en 250 mijl van oost naar west. De natie trad voor het eerst op de voorgrond in de negende eeuw v. Chr. en wordt vermeld in inscripties betreffende Shalmaneser III (ongeveer 836 v. Chr.). Hoewel zij tot de zevende eeuw v. Chr. onder de heerschappij van Assyrië stonden, viel hun opkomst samen met de neergang van het Assyrische Rijk en in 614 v. Chr. veroverden de Meden Asshur, de hoofdstad van Assyrië. Later, in 612 v. Chr., veroverden zij in een bondgenootschap met de Chaldeeën Nineve, wat de ondergang van het Assyrische Rijk betekende. In de daaropvolgende jaren waren zij een belangrijke bondgenoot van Babylonië en sloten zij verschillende bondgenootschappen en huwelijken. Tegen het einde van de regering van Nebukadnezar begonnen de Perzen een machtige macht te worden en onder Cyrus II werd in 549 v. Chr. Media veroverd en samengevoegd met het rijk van de Perzen tot Medo-Perzië. De gecombineerde kracht van de Perzen en de Meden leidde tot de verovering van Babylon in 539 v. Chr, met de daaruit voortvloeiende uitbreiding van hun rijk over een groot deel van het Midden-Oosten tot de verovering door Alexander de Grote in 331 v. Chr.

Eerdere profetie over de Meden

De eerste vermelding van de Meden in de Schrift is te vinden in de profetische uitspraak van Jesaja, toen hij 175 jaar voor de vervulling verklaarde: “Zie, Ik zal de Meden tegen hen ophitsen, die het zilver niet zullen aanzien; en wat het goud betreft, zij zullen het niet behagen” (Jesaja 13:17; vgl. 21:2). In de volgende verzen wordt de ondergang van Babylon voorspeld: “En Babylon, de heerlijkheid der koninkrijken, de schoonheid der uitnemendheid van de Chaldeeën, zal zijn als toen God Sodom en Gomorra ten val bracht” (Jesaja 13:19).

Jeremia noemt de Meden als een van de vele volken die door God gestraft zullen worden (Jeremia 25:25). Jeremia verklaart ook dat de Meden door God gebruikt zullen worden om Babylon te vernietigen: “Maak de pijlen helder, verzamel de schilden; de Here heeft de geest van de koningen der Meden opgewekt; want Zijn middel is tegen Babel, om het te verderven; want het is de wraak des Heren, de wraak van Zijn tempel” (Jeremia 51:11; vgl. 51:28). Lang voordat Babylon viel was dus voorspeld dat de Meden Gods wrekende instrument zouden zijn.

Prophecy Of Daniel

Het was echter aan de profeet Daniël gegeven om de Meden en de Perzen hun juiste plaats te geven in het panorama van de toekomstige geschiedenis. Op de Meden en Perzen wordt geanticipeerd in de uitdrukking in Daniël 2:39: “En na u zal een ander koninkrijk opstaan dat inferieur is aan u.” Dit verwijst naar de kist van zilver in het beeld van Daniël 2, waar de twee armen vooruitliepen op het dubbele koninkrijk van de Meden en de Perzen. Meer details worden gegeven in het visioen van Daniël in 7:5, waar Daniël het tweede beest beschrijft met deze woorden: “En zie, een ander beest, een tweede, gelijk aan een beer, en het verhief zich aan één zijde, en het had drie ribben in zijn bek tussen zijn tanden; en zij zeiden aldus tot hetzelve: Sta op, verslindt veel vlees.”

Het rijk van Meden en Perzen wordt beschreven als een beer die zich opricht aan één zijde (verwijzend naar Perzië dat groter is dan Media) en drie ribben in zijn bek heeft. Hier wordt geen verklaring voor gegeven, maar de kracht van een beer is een goed symbool voor het rijk van de Meden en de Perzen. De drie ribben kunnen verwijzen naar de belangrijkste elementen van het rijk, namelijk de Meden, de Perzen en Babylonië. De aansporing om “Sta op, verslind veel vlees” is een aanmoediging voor het nieuwe rijk om zich uit te breiden, zoals het deed bij zijn veroveringen in het noorden en het westen.

Een ander profetisch beeld van het rijk van de Meden en de Perzen wordt gegeven in Daniël 8, waar de ram met twee horens die door de geit wordt vernietigd, een duidelijke verwijzing is naar het rijk van de Meden en de Perzen. De twee horens vertegenwoordigen de Meden en de Perzen. Daniëls beschrijving ervan in Daniël 8:3, 4 is kenmerkend voor de twee eeuwen van de heerschappij van de Meden en de Perzen,

Toen hief ik mijn ogen op, en zag, en ziet, daar stond voor de rivier een ram, die twee hoornen had; en de twee hoornen waren hoog, maar de een was hoger dan de ander, en de hogere kwam het laatst op. Ik zag de ram westwaarts, en noordwaarts, en zuidwaarts oprukken, zodat geen beest hem kon weerstaan, noch iemand hem uit de hand kon verlossen; maar hij deed naar zijn wil, en werd groot.

De onderste hoorn verwijst blijkbaar naar het rijk der Meden en de hogere hoorn die later opkwam naar het rijk van Perzië, dat Media overheerste. Het vierde vers beschrijft hun veroveringen in westelijke, noordelijke en zuidelijke richting, die kenmerkend zijn voor de geschiedenis van dit rijk, want in oostelijke richting was er geen vooruitgang van betekenis. Al deze voorspellingen zijn in de latere geschiedenis precies uitgekomen. Alleen door goddelijke openbaring kon Daniël van tevoren weten dat de veroveringen van de Meden en Perzen in het noorden, zuiden en westen zouden zijn, maar niet in het oosten – in tegenstelling tot de Macedonische veroveringen die voornamelijk in het oosten waren, zoals in de volgende verzen wordt aangegeven in de activiteiten van de bok.

Israëls Herstel onder Meden en Perzen

Hoewel het profetisch verslag betreffende de Meden en de Perzen duidelijk is en de vervulling ervan door de geschiedenis wordt bevestigd, is het voornaamste belang ervan eerder historisch dan profetisch. In tegenstelling tot het Babylonische Rijk, dat belangrijk is vanwege zijn vernietiging van Jeruzalem, de stad van God, en het begin van de heerschappij van de heidenen over Israël, die niet zal culmineren tot Christus komt in zijn tweede komst, is de opkomst van de Meden en de Perzen belangrijk omdat zij de achtergrond vormt van Israëls gedeeltelijke herstel.

Drie van de historische boeken, namelijk Ezra, Nehemia en Esther en drie van de kleine profeten, Haggaï, Zacharia en Maleachi hebben hun context in de heerschappij van het Medo-Perzische Rijk. In deze periode mochten de gevangenen van Juda terugkeren naar Jeruzalem en hun oude stad en haar tempel herstellen. De sleutel tot het Babylonische Rijk is de heidense heerschappij over Jeruzalem. De sleutel tot het rijk van de Meden en de Perzen is het herstel van Jeruzalem.

Daniël wijdt een heel hoofdstuk aan het verslag van zijn worp in de leeuwenkuil. Deze belangrijke episode in het leven van Daniël, die veel geestelijke lessen bevat over Gods zorg voor zijn profeet en een voorbode is van Gods bescherming over het volk Israël als geheel, illustreert de welwillende houding van de Meden en de Perzen tegenover het volk dat zij hadden overwonnen. Hun eerbied voor het individuele religieuze geloof komt tot uiting in de houding van Darius tegenover Daniël en zijn vurige wens dat Daniël uit de leeuwen zou worden bevrijd.

Darius zelf, die in Daniël 5:31 wordt beschreven als “Darius de Mediër”, wordt correct geïdentificeerd als Gobryas of Gubaru, een gouverneur van Babylon, aangesteld door Cyrus, de opperste vorst van het rijk van de Meden en de Perzen. (Cyrus II of Cyrus de Grote regeerde van 559 v. Chr. tot hij in 530 v. Chr. in de strijd sneuvelde.) Darius de Mede wordt een aantal malen in Daniël genoemd (6:1, 6, 9, 25, 28; 9:1; 11:1). Darius schijnt onder Cyrus geregeerd te hebben in het zuidelijk deel van het koninkrijk dat bekend staat als de Vruchtbare Halve Maan. De uitspraak dat “Daniël voorspoedig was in de regering van Darius en in de regering van Kores, de Perziër” (Daniël 6:28) moet daarom worden geïnterpreteerd als de regering van Darius onder de contemporaine regering van Kores.

Het was in het eerste jaar van de regering van Kores dat aan de kinderen van Israël toestemming werd gegeven om terug te keren om hun tempel in Jeruzalem te herbouwen (II Kronieken 36:22, 23; Ezra 1:1-4). Meer dan een eeuw eerder had de opmerkelijke profetie van Jesaja over Cyrus (Jesaja 44:28) de terugkeer van de Israëlieten voorzien. De genereuze toestemming en aanmoediging van Cyrus voor Israël om hun oude eredienst te herstellen was in overeenstemming met het officiële beleid om gevangenen vrijheid van godsdienst te gunnen. De tempel werd echter pas voltooid tijdens de regering van Cambyses II (530-522 v. Chr.), die zijn vader Kores opvolgde en in Ezra 4 Artaxerxes wordt genoemd.

Artaxerxes was een veel voorkomende naam die aan veel koningen werd toegeschreven. Andere die deze titel kregen zijn Artaxerxes van Ezra 7:1, bekend als Artaxerxes I Longimanus die regeerde 465-425 v.Chr., en Ahasuerus of Xerxes van Esther 1:1 die regeerde 486-465 v.Chr. De oproep aan Darius de koning die in Ezra 6:1 wordt genoemd is een verwijzing naar Darius I, bekend als Darius de Grote die regeerde 522-486 v.Chr, en moet niet worden verward met de Darius de Mede uit Daniëls profetie.

De belangrijkere koningen van het Medo-Perzische rijk zijn opnieuw het onderwerp van profetie in Daniël 11:2 waar Daniël wordt verteld: “Zie, er zullen nog drie koningen opstaan in Perzië; en de vierde zal veel rijker zijn dan zij allen; en door zijn kracht door zijn rijkdom zal hij allen ophitsen tegen het rijk van Grecia.” De eerste van de drie koningen die Darius de Mede zouden opvolgen (Daniël 11:1) kan geïdentificeerd worden als Cambyses II. Hij werd gevolgd door Smerdis, een usurpator die acht maanden regeerde. (Sommigen denken dat hij de heerser is die in Ezra 4:7-24 wordt genoemd in plaats van Cambyses.) Na de moord op Smerdis verscheen een Darius de Grote (522-486 v. Chr.). Naar hem wordt verwezen in Ezra 4:24. Het was onder Darius dat het gezag werd verkregen om de tempel te voltooien.

De koning die in Daniël 11:2 wordt aangeduid als “de vierde”, en die zijn grote rijkdom gebruikte om het rijk van Grecia aan te vallen, was ongetwijfeld Xerxes (486-465 v. Chr.) die in Esther 1:1 Ahasveros wordt genoemd. Zijn beroemde poging om Griekenland te veroveren eindigde in een jammerlijke mislukking. Deze aanval kan chronologisch geplaatst worden tussen het eerste en het tweede hoofdstuk van Esther. In feite maakte het grote feest van Esther 1 deel uit van de voorbereiding van de organisatie van de veldtocht tegen Griekenland, die plaatsvond in het derde jaar van Xerxes’ bewind. Esther 2, waarin zijn huwelijk met Esther wordt vastgelegd, vond pas vier jaar later plaats, na zijn terugkeer en de verpletterende nederlaag en het verlies van zijn grote leger en zeemacht. Vanuit profetisch oogpunt was Xerxes belangrijk omdat hij de onsterfelijke haat van het Griekse volk opwekte, die de achtergrond vormde van de verovering van Alexander de Grote meer dan een eeuw later.

Het belang van Ezra, met zijn verslag van gebeurtenissen die plaatsvonden onder Perzisch bewind, is dat de tempel werd hersteld als het centrum van Israëls religieuze leven. Het verslag van Daniël 8 en 11 is ook belangrijk omdat het de profetische brug vormt van Babylon naar Alexander en de achtergrond geeft van Israëls geschiedenis in deze periode. In Ezra 7:1 wordt een opvolger van Xerxes genoemd, namelijk Artaxerxes I Longimanus, maar hij komt in Daniëls profetie niet voor omdat hij niet belangrijk was voor Daniëls openbaring. Hetzelfde geldt voor andere heersers die volgden in het Medo-Perzische Rijk voordat het ten onder ging.

Herbouw van Jeruzalem

Nehemia voegt het belangrijke laatste hoofdstuk toe in Israëls wederopbouw. Onder leiding van Nehemia tijdens de regering van Artaxerxes I Longimanus werd de muur van Jeruzalem herbouwd met aanmoediging en levering van materialen door de koning, en vervolgens werd het puin van de stad geruimd en werden er huizen gebouwd, waardoor de stad van God opnieuw werd bevolkt. De twee belangrijke stappen van de herbouw van de tempel en de herbouw van de stad tijdens de regering van de Perzen markeren deze periode als de tijd van Israëls gedeeltelijke herstel ter voorbereiding op de komst van hun Messias. De geestelijke opwekkingen onder Ezra en Nehemia zijn een overeenkomstige geestelijke restauratie die het volk grondig nodig had.

De profetische geschriften van Haggaï en Zacharia passen ook in deze periode en houden verband met de profetische bemoediging van het volk tijdens de herbouw van de tempel van Ezra 5. Maleachi geeft het afsluitende hoofdstuk van het Oude Testament voordat Israël werd ondergedompeld in de zogenaamde vierhonderd stille jaren vóór de komst van Christus. De geschiedenis van de Meden en de Perzen, die een nauwkeurige en nauwgezette vervulling van Gods profetisch Woord vormt, is een ander belangrijk bewijs dat de hoop ondersteunt dat nog niet vervulde profetieën hun vervulling zullen vinden in de voleinding van het tijdperk. De Meden en Perzen behoren echter tot de vervulde profetie en spelen geen grote rol in de gebeurtenissen van de eindtijd, hoewel Perzië terloops wordt genoemd in Ezechiël 38:5.

Plaats een reactie